Prinsjesdag 2015 en de gevolgen voor HRM

hrMet onder meer de wijzigingen in het ontslagrecht, de ketenregeling, de plannen voor de afschaffing van de VAR, de modernisering van de arbeidstijden en verlofregeling, zullen de meeste HRM-professionals de handen (en buik) vol hebben. Toch had Prinsjesdag 2015 ook voor de HRM-professional nog een aantal punten in petto.

1. Lastenverlichting
De lasten voor burgers en bedrijven worden met 5 miljard euro verlaagd. Dit betekent dat het goedkoper is om personeel aan te nemen, wat kan zorgen voor een banengroei. Zo komt er een innovatiebudget vrij voor bedrijven en komt er meer loonkostensubsidie. Het doel is dat de lastenverlichting 35.000 extra banen oplevert.Welk voordeel heeft het ‘breed gedragen herstel’ voor de werknemer en werkgever? De arbeidskorting wordt verhoogd en het belastingtarief in de tweede en derde schijf wordt met 1,85% verlaagd. De bovengrens van de derde schijf wordt daarbij verhoogd. Daar staat weer tegenover dat de algemene heffingskorting voor de hogere inkomens zal worden afgebouwd.Werkgevers die minder belasting hoeven af te dragen, houden volgens het kabinet meer geld over. Dat extra geld kunnen zij volgens het kabinet best besteden aan het aannemen van meer personeel. Werkgevers die mensen aannemen met een loon tot 120% van het minimumloon, komen vanaf 2017 in aanmerking voor een tegemoetkoming tot maximaal € 2.000 per jaar en per werknemer. Volgens het kabinet worden werkgevers daarmee gestimuleerd om meer lager geschoold personeel aan te nemen.

2. Arbeidsvoorwaarden van pay-rollers
Pay-rollers zouden volgens het kabinet tegen veel lagere voorwaarden werken dan werknemers. Om een einde te maken aan deze ongelijkheid gaat het kabinet werken aan wetgeving, opdat pay-rollers, vanaf 1 juli 2016, recht krijgen op dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers.

3. Kwetsbare groepen
Er komt 100 miljoen extra vrij voor werkplekken voor mensen met een arbeidsbeperking. In totaal moeten er 30.000 ‘beschutte’ werkplekken komen. Het geld gaat naar de gemeenten en is bedoeld voor de komende vijf jaar.Voor vergroting van het perspectief van kwetsbare groepen gaat het kabinet werken aan een verbetering van de premiekortingsregeling bij het in dienst nemen van oudere werknemers, arbeidsgehandicapte werknemers en mensen die niet het minimumloon kunnen verdienen. Nog dit jaar wordt daartoe een wetsvoorstel ingediend.

4. Pensioen
Het kabinet vindt het belangrijk dat alle werkenden de mogelijkheid hebben een goed pensioen op te bouwen. De regering zal dit najaar een werkprogramma presenteren waarin zij de plannen voor het toekomstige pensioenstelsel verder uitwerkt. Het stelsel moet transparanter, eenvoudiger en persoonlijker worden, met een goede balans tussen keuzevrijheid en risicodeling.Ook Het inkomen op oudere leeftijd blijft op de agenda van het kabinet staan. In de begroting van SZW wordt geschreven over het afschaffen van de doorsneesystematiek en de invoering van een persoonlijk pensioencontract met ruimte voor solidariteit, collectiviteit en maatwerk. Wat dit concreet betekent, is niet bekend.

5. Kinderopvangtoeslag
Voor werkende ouders wordt de kinderopvangtoeslag verhoogd. Met een impuls in de ‘inkomensafhankelijke combinatiekorting’ moeten zij bovendien meer geld overhouden. Om de administratieve rompslomp bij ouders weg te halen, studeert het kabinet op een rechtstreeks financiering van de kinderopvang.

6. Uitbreiding kraamverlof
Met de papa-petitie werd onlangs gepleit voor 100 dagen verlof voor de partner. Dat komt er niet. Wel wordt het kraamverlof uitgebreid van twee naar vijf dagen. Deze drie dagen krijgen zij vanaf 2016 ‘cadeau’. Dit kost de staat zo’n 75 miljoen euro.

7. Werkloosheid
Het werkloosheidspercentage wordt volgend jaar naar verwachting 6,7 procent. Dit is ongeveer gelijk aan de huidige situatie. Desondanks groeit de economie met 2,4 procent, daalt het begrotingstekort naar 1,5 procent van de omvang van de Nederlandse economie en daalt de staatsschuld naar 66,2 procent.

8. Autobelasting
Het aantal bijtellingscategorieën gaat van vier naar twee en het algemene bijtellingspercentage gaat voor nieuwe auto’s van 25 naar 22. De BPM gaat tot 2020 geleidelijk omlaag met gemiddeld 12 procent. Tegelijkertijd gaat het vaste bedrag per verkochte auto, dat niet aan de CO2-uitstoot gekoppeld is, omhoog.De fiscale stimulering van nul-emissievoertuigen blijft in stand en de fiscale stimulering van plug-in hybrideauto’s wordt zoals bekend verminderd. Voor elektrische nul-emissiepersonenvoertuigen gaat een aftopping in de bijtelling gelden. De motorrijtuigenbelasting gaat per 2017 gemiddeld met 2 procent omlaag voor reguliere personenvoertuigen en stijgt voor de meest vervuilende dieselauto’s per 2019.Volgens een vorige week uitgevoerde berekening van VWE voertuiginformatie en -documentatie komt door deze maatregelen 72% van de nieuw te verkopen zakelijke auto’s in 2016 in een hogere bijtellingscategorie terecht.

9. Wet Flexibel Werken
Per 1 januari 2016 gaat de nieuwe Wet Flexibel Werken van kracht. Dat leidt misschien tot een enorme toeloop bij de HR-manager van werknemers met aanvragen voor flexibel werken. Werknemers kunnen vanaf 1 januari namelijk niet alleen een aanvraag doen om meer of minder uren te werken (zoals dat nu ook mogelijk is), maar kunnen voortaan ook een verzoek indienen om op andere tijden te werken dan de huidige werktijden. En ze kunnen zelfs verzoeken om geheel of gedeeltelijk op een andere locatie hun werk te doen, bijvoorbeeld thuis.Reden om het verzoek af te wijzen:

  1. De bedrijfsveiligheid komt in gevaar;
  2. Het is rooster-technisch niet mogelijk;
  3. Het leidt tot risico’s voor de bedrijfsvoering;
  4. Er ontstaan problemen met herbezetting van vrijgekomen uren;
  5. Het kan niet omdat er onvoldoende werk om handen is.

Dat staat in de nieuwe Wet Flexibel Werken, waarmee de Eerste Kamer op 14 april heeft ingestemd. Deze wet vervangt per 1 januari 2016 de Wet Aanpassing Arbeidsduur. Verdere aanpassingen zijn dat een werknemer voortaan minimaal 6 maanden in dienst moet zijn (voorheen een jaar) voordat hij een verzoek kan indienen. En als het verzoek is afgewezen of ingewilligd moet de werknemer een jaar (voorheen twee jaar) wachten, voordat hij een nieuw verzoek kan indienen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *